GR5 Etappe GTJ-11: Morez - Saint-Cergue

Iets voorbij Morez heb je een keuze. Ofwel loop je wat vroeger de GR5 was, en ga je richting Nyon, aan het meer van Geneve. Daar neem je een boot en dan loop je aan de overkant van het meer verder de Alpen in. Dan ben je op een dag of 2 aan het meer, en kan je aan de Alpen beginnen. Dat stuk van de wandeling was vroeger dus de GR5, maar nu is dit stuk herdoopt als "L’Échappée jurassienne suisse", en dat is een alternatieve route van de GR59, de "Échappée jurassienne".

De andere optie is dat je de "Grande Traversée du Jura" verder volgt, en dan loop je helemaal rond het meer. Die variant is sinds kort gepromoveerd tot hoofdroute, maar het is zo'n soep om dit stuk in haalbare etappes onder te verdelen dat ik het opgeef. Ik ga old-school naar het meer. Dat betekent dat ik dus officieel niet op de GR5 zal lopen vandaag en morgen, maar dat ik de GR59 zal nemen. Maar wat maakt het ook allemaal uit? Als we maar in Nice geraken.

Vanavond slaap ik in Saint-Cergue in een hotelletje met zicht op het meer. En morgen wandel ik dan de laatste kilometers tot bij het water.

De tocht van in Morez tot in Saint-Cergue is eigenlijk een beetje overmoedig. Ja, in theorie kan je die lopen op 1 dag, maar het is vandaag warm, en het is eigenlijk een beetje te veel. Ik begin met uit het dal te kruipen in Morez tot ik weer op de route ben, en daarna gaat het eigenlijk de hele dag stevig op en neer. Op het eind van de dag zit je dan ook ver over de 1000 hoogtemeters, en dat is eigenlijk te veel.

Het is in feite zinniger om de vorige etappe een paar kilometer korter te maken, en dan deze etappe op te splitsen. Het is hier prachtig, dus moet je er eigenlijk echt van kunnen genieten, niet zo snel mogelijk aan het eind geraken. Zoek jezelf dus een hotel in Bellefontaine of in Chapelle-des-Bois, en loop van daar tot in La Cure. Van La Cure tot Saint-Cergue is meer dan voldoende voor een dag. Op die manier worden de etappes veel overzichtelijker, en kan je echt genieten. La Cure heeft trouwens een treinstation, net zoals Saint-Cergue en Nyon. Je kan deze laatste dagen tot aan het meer dus eventueel over en weer rijden met de trein naar een vaste locatie. Zo kan je wandelen met minder bagage en dat maakt het alleen maar gemakkelijker. Voor een ticetje voor de Zwitserse treinen heb je de "SBB Mobile" app nodig.

In het dorp Morez waar ik vannacht sliep is eigenlijk niks te beleven. Het is vooral vergane glorie, met de meeste winkels die gesloten zijn, of overgenomen door vooral buitenlandse handelaars die vape-shops uitbaten. 's Nachts hoor ik de hele tijd geroep op straat, en eindeloze sirenes van politiewagens die heen en weer rijden. Tsja, dit moet het eerste dorp op de GR5 zijn waar ik me niet helemaal op mijn gemak voel, en zeker na de rust van de afgelopen weken is dat een vreemde gewaarwording.

Ik ben dan ook blij dat ik de volgende morgen vroeg op ben, en aan de extreem steile beklimming terug naar het pad kan beginnen. Dat gaat eigenlijk verbazend vlot, en zo'n 200 hoogtemeters verderop sta ik alweer op de GR5. Maar als je denkt dat het dan klaar is met klimmen, dan denk je maar meteen wat anders. We klimmen vrolijk nog een heel stuk verder. Even gaat het min of meer vlak, maar dan moet er toch nog stevig verder geklommen worden, vooraleer we mogen afdalen in de richting van Les Rousses, een groot ski-oord waar je zeker eten en bevoorrading vindt.

Frankrijk is nu bijna op, want een kilometer of 5 verderop loop je door La Cure, en dat ligt op de Zwitserse grens. Je passeert de douane, waar uiteraard niemand te bespeuren is. Zwitserland is dan ook lid van de Schengenzone, dus vinden ze het niet de moeite om te controleren.

In Zwitserland wordt de route aangeduid door een oranje ruit, maar is de aanduiding eigenlijk veel minder duidelijk dan in Frankrijk. Zorg dus zeker dat je een gpx file bij je hebt, want anders wordt het een hele klus om in Nyon te geraken.

De eerste kilometers in Zwitserland zijn chill, maar dan komt de beklimming van "La Dôle", en dat is de tweede hoogste berg van dit stuk van de Jura. Je ziet hem al van ver liggen, want op de top staat een radar-installatie. Je moet zo'n 500 hoogtemeters klimmen, en dat is echt stevig. Het gaat extreem steil, en als je eenmaal in het rood gegaan bent dan is het afzien tot op de top. Er is een zetellift naar de top, maar die werkt spijtig genoeg alleen in de winter. Je zal hem dus echt zelf moeten beklimmen.

Op weg naar de top kom ik een paar mensen tegen die afdalen. Een mevrouw zegt me "c'est dur, mais ça vaut la peine", en een mijnheer zegt "courage, la vue est magnifique". En ze hadden allebei gelijk. Het uitzicht van op de top, met zicht op het meer van Geneve en daarachter de Alpen, is onovertroffen. Dit is fantastisch: daar ligt de Mont Blanc dan eindelijk te blinken. Ik zet me een uur neer en staar voor me uit naar de Alpen. Dit is best een emotioneel moment, want hier heb ik lang naar uitgekeken. Het is al een lange tocht geweest, en Hoek van Holland lijkt eeuwen geleden te zijn.

Het stuk voorbij de top is plots heel ander terrein. Tot nu toe liepen we door gemoedelijke weides, en langs kleine stukjes bos. Maar plots verandert de boel: we lopen plots in echt alpien terrein. Het is een plotse omslag, maar best aangenaam.

Related posts

{getCard} $type={post}
{getCard} $type={post}

{getCard} $type={post} GR5 Jura »