GR121 Etappe 9: Vieux-Condé - Wallers-Arenberg

De eerste Franse etappe van de fantastische GR121 is een avontuur dat ons in Parijs-Roubaix territorium brengt. We lopen van bij de Franse grens tot in het bos van Wallers-Arenberg, waar we de mythische kasseistrook uit Parijs-Roubaix mogen gaan verkennen.

Ik parkeer me 's morgens bij het stationnetje van Wallers, en neem daar de trein naar Valenciennes. Daar stap ik bij de tramhalte voor het station op tram 2 in de richting van Le Boulon, wat meteen het eindstation van die tram is. En daar begint naadloos een mooie "Voie Verte" die me 3 kilometer verder afzet op de GR121. Dat is de gemakkelijkste manier om deze etappe te lopen, want helemaal tot bij de grens geraak ik niet met het openbaar vervoer. Ik loop dus een kilometer of 2 van de route niet, maar in ruil mag ik dus een heel mooi stuk lopen over die oude spoorlijn die vroeger de Vlaamse arbeiders naar de kolenmijnen bracht. Op een goed uur sta ik met de trein en dan de tram aan de start van mijn wandeling.

De wandeling van vandaag is er eentje met 2 gezichten. De eerste 15 kilometer lopen we door de velden, over kasseiwegen uit Parijs Roubaix, en langs oude mijnsites. In de namiddag mogen we grote bossen gaan verkennen, die uiteraard ook wel ergens iets te maken hebben met het mijn verleden van de streek. Het mijngebeuren in noord Frankrijk is niet voor niks uitgeroepen tot cultureel erfgoed natuurlijk.

Op de tram naar de start van de wandeling val ik bijna in slaap, maar van zodra ik mag beginnen wandelen is dat voorbij. Ik geniet best wel van het wandelen over de oude Voie Verte. Die heeft de geweldige naam "voie verte des gueules noires" gekregen. Als je google dat naar het Engels laat vertalen dan vertaalt hij het braafjes als "greenway of the coal miners". In het nederlands wordt het iets accurater vertaald als "groene weg van de zwarte muilen". Gelukkig maar dat het in het nederlands nog min of meer klopt.

Ik mag dus eerst een kilometer of 3 rechtdoor over deze oude spoorweg, waarbij ik nog een oude man tegenkom die absoluut 5 minuten wil klagen dat de gemeente te weinig snoeiwerken uitvoert en dat het allemaal wat overwoekerd is. Voor mij is het allemaal prima zoals het is, en ik versta maar half wat hij in zijn dialect allemaal zegt, maar goed, hij heeft ook weer eens met iemand kunnen praten zullen we maar denken.

Dan mogen we een kilometer of 2 langs een asfaltbaantje lopen waar af en toe wel een auto passeert. Net wanneer ik denk of er echt geen betere weg is en waarom ze ons in godsnaam langs hier sturen, begint het dan echt. De auto's worden linksaf gestuurd, en wij gaan rechtdoor over de slechtste kasseiweg uit de geschiedenis. Zelfs te voet is het echt opletten waar je je voeten neerzet, want voor je het weet sla je je voet om en dan is het wandelen gedaan voor vandaag.

En zo gaat het verder, langs kasseiwegen, af en toe een gewone onverharde weg, af en toe een onvermijdelijk verbindingsstukje, maar altijd wel een mooie omgeving. We gaan ook nog langs een mooie oude mijnsite met een gigantische vijver, waar het echt mooi is. Even moeten we een ommetje maken naar de volgende brug over de Schelde, want ook die moeten we hier passeren. De "Escaut Canalisé" zoals hij hier heet moeten we vandaag oversteken.

En dan gaat het eigelijk vrijwel rechtdoor naar het "forêt domaniale de Raismes-Saint-Amand-Wallers". Dat is het tweede grootste bos van noord Frankrijjk, na het forêt de Mormal dat je misschien nog kent als je de GR122 ooit gewandeld zou hebben. Met zjn 4600 hectaren is het best een uit de kluiten gewassen bos, en we mogen er dan ook een hele tijd in vertoeven. Bij de ingang van het bos, en dat is ongeveer halfweg de wandeling, is een taverne. Wil je daar dus iets eten, check dan best wel eerst of het open zal zijn, want de openingsuren zien er vrij wisselvallig uit.

We lopen ook even op de Chaussée Brunehaut, en als je die naam tegenkomt dan weet je dat je eigenlijk op een oude Romeinse heirbaan aan het lopen bent. Kaarsrecht, en 2000 jaar oud zijn die wegen, en ze zijn eigenlijk de originele snelwegen die de Romeinse legioenen gebruikten om zo'n gigantisch land onder controle te houden.

Even komen we in de beschaving en moeten we een straat oversteken, maar al gauw gaan we weer verder het bos in. En in dit stuk van het bos hebben de jagers van het departement du Nord hun hoofdkwartier. Wil je deze etappe dus tussen pakweg september en begin maart doen, dan kijk je best uit of er jachtpartijen gepland zijn.

Eenmaal de A23 snelweg overgestoken komen we in het mooie Forêt de Saint-Amand. We mogen een mooie terril beklimmen en gaan stilaan naar het orgelpunt van de etappe. We lopen naar de "Pavés d'Arenberg", waar eigenlijk elk jaar het officieuze startschot voor Parijs-Roubaix gegeven wordt. Prachtig om hier even zelf over te mogen lopen. Het eerste stuk van de kasseiweg gaat bergaf en is in redelijke staat. Maar van zo gauw het weer bergop gaat is de staat van de kasseien heel bedenkelijk. Hier te voet over gaan is al lastig en het is best glad, laat staan dat je hier met de fiets over wil vliegen.

Ik loop nog een kilometer verder, tot aan de D40. Daar is een parkingetje waar je de weg kruist, maar dat wordt als ontmoetingsplek voor allerlei onfrisse mannen gebruikt. Ik loop dus maar snel verder en zoek mijn auto terug bij het station van Wallers, een kilometertje verderop. Het was een lange, maar door het weinige hoogteverschil best wel doenbare etappe. Ik heb er van genoten.

Alle foto's vind je hier: {getButton} $text={foto album} $icon={link} $color={#27aa60}