GR126 Etappe 6: Franière - Lustin

Ik wandel vandaag een stukje verder op de GR126, en loop van het station van Franière aan de oevers van de Samber, naar het station van Lustin, en dat ligt aan de Maas. Met een overstap in Namen ben ik op een dik half uur weer terug bij mijn auto. Zowel aan het station van Franière als aan dat van Lustin is er een grote gratis parking waar je gemakkelijk je auto kwijtgeraakt. Dat maakt ook deze etappe van de GR126 alweer heel gemakkelijk te organiseren met het openbaar vervoer.

Het is vandaag een mooie maar wel een stevige wandeling van zo'n 25 kilometer en er zijn ook wel wat hoogtemeters in de tocht geslopen. We moeten immers eerst uit de vallei van de Samber geraken om dan te klimmen naar prachtige uitzichtpunten waar we de Maas diep onder ons zien liggen. Het laatste stuk van de wandeling maken we dan de duik naar de Maas.

We beginnen de tocht dus in Franière. Het is zondagmorgen, en alle locale ouderlingen kruipen dan op hun fiets om een stukje te gaan rijden. Na de rit duiken ze natuurlijk voor de rest van de dag het café in, maar het valt wel op dat ik overal groepjes ouderlingen op een koersfiets tegenkom vandaag. Veel last heb ik er niet van, ik wandel rustig de eerste kilometers van de tocht. Die gaan voor een groot stuk over rustige asfaltweggetjes in een mooie omgeving. De dorpjes zien er hier wat verwaarloosd uit en het lijkt wel een vrij arme buurt. Ik loop er door en geniet er van, en dat is het belangrijkste.

Even verderop gaan we op zoek naar de Samber en mogen we een kort stukje langs het water lopen. De route is hier tijdelijk aangepast dus mogen we in plaats van zo'n 500 meter, een dikke 2 kilometer langs het water lopen. En dat is geen straf, het is hier best mooi. Er zijn een heel aantal lopers, hondenuitlaters en mountainbikers die me vergezellen op het jaagpad.

Maar al gauw is het gedaan met het vlak wandelen langs de Samber en mag ik beginnen klimmen. We moeten nu eenmaal uit de vallei zien te geraken, en dus moeten we onvermijdelijk bergop. Het gaat vrij vlot, ik ben dan toch in een redelijke conditie lijkt het. Misschien voel ik de effecten van de extreme tochten die ik recent in Engeland maakte nog. Maar het moet nog veel beter want eind augustus ga ik opnieuw naar de Alpen, en dat is toch nog net iets anders dan hier uit de Sambervallei klauteren.

We duiken hier een groot bos in en het is hier in eerste instantie best rustig. Ik geniet van de stilte en de wandeling. Tot er op een bepaald moment een hele horde mountainbikers mijn pad kruist. Er is een of andere koppelwedstrijd bezig, en het is best grappig om te zien hoe sommige koppels overeen komen, terwijl andere koppels al kletterende ruzie hebben en bij nog andere moet een van de 2 de andere voorduwen als het bergop gaat. Best grappig allemaal, maar dat betekent wel dat ik de volgende paar kilometers moet opletten, want zeker bergaf gaan die mountainbikers best snel.

Zonder al te veel problemen gaan we door bossen, af en toe door een dorpje of een smal asfaltbaantje, en gaan we richting van het mooie dorpje Bois-de-Villers. Hier heb je een mooi dorpsplein met zelfs een bakkerij die open is en waar ik koude drank kan krijgen. Ideaal na zo'n inspanning.

Nadat ik mijn suikerpijl weer op niveau gebracht heb met een paar koffiekoeken gaan we dan stilaan in de richting van de Maas. We zijn hier niet zo ver van Namen, waar de Samber en de Maas samenvloeien. Uiteraard werd tussen die 2 riviertjes dan ook de citadel van Namen gebouwd. Maar wij zijn ondertussen een paar kilometer zuidelijker, dus moeten we het stellen met een paar mooie uitzichtspunten waar we kunnen zien hoe diep de Maasvallei eigenlijk wel is. Ook als je op de snelweg naar Luxemburg rijdt, zie je dat je door dat gigantische dal moet waarna de vrachtwagens alle moeite van de wereld hebben om er weer uit te geraken. En wij moeten hier dus vandaag nog afdalen. Dat doet best pijn na toch wel een vermoeiende wandeling die ik achter de rug heb. Het gaat immers wel extreem steil bergaf, met de nodige haarspeldbochten over lastig terrein.

Maar als je dit rustig aanpakt is ook deze afdaling best doenbaar. Ik kom uit bij de Maas, en loop een paar honderd meter tot ik het station van Lustin tegenkom. Daar neem ik de trein naar Namen, en dan de trein naar Franière. Daar staat mijn auto nog trouw te wachten, klaar om me naar huis te brengen. Voor de volgende etappe kan ik probleemloos parkeren in Lustin, want ook aan dat station is er een mooie parking aangelegd. De volgende etappe richting Dinant is dan ook alweer prima met het openbaar vervoer te doen. Dat is toch een voordeel van die kleine stationnetjes in Wallonië: ze hebben allemaal nog een parkingetje en die parkings zijn over het algemeen nog gratis. Houden zo zou ik zeggen.

Alle foto's van deze etappe vind je hier: {getButton} $text={foto album} $icon={link} $color={#27aa60}.

Related posts

{getCard} $type={post}