GR223 Etappe 6: Grandcamp-Maisy - Carentan

Ik zet mijn auto aan het station van Carentan en dan kan deze wandelweek beginnen. Ik ga in 6 dagen proberen tot in Honfleur te lopen. Dat is net geen 200 kilometer, dus worden het 6 dertigers na mekaar. Ik heb wel wat getraind de afgelopen maanden maar de voorbije weken was ik ziek en kon ik dus niks doen. We zullen dus zien hoe ik dit ga verteren. De hoogteverschillen zullen hopelijk wel wat meevallen tijdens deze wandelvakantie, het is niet voor niks dat de geallieerden deze kusten uitkozen om hun landing te doen in de tweede wereldoorlog. Er zijn regelmatig stukken die vrij vlak zijn, maar toch ook de nodige heuvels. En op de top van elk van die heuvels vind je onvermijdelijk nog overblijfselen van Duitse artillerieposities.

Ik loop dit stuk van het kustpad in omgekeerde richting, van Carentan (bijna op de punt van Normandië) naar Honfleur. Zo loop ik van west naar oost, en dat komt altijd beter uit met de wind. Meestal staat er een westenwind en die heb ik liever in mijn rug dan dat ik er 200 km lang tegen moet vechten. En wind is zeker aan de kust iets om rekening mee te houden.

Als je even op de kaart kijkt dan zie je dat Carentan aan een inham ligt, met links ervan Utah Beach, en rechts er van Omaha Beach. We bevinden ons hier dus midden in de Amerikaanse sector van de landingen uit de tweede wereldoorlog. Het grootste deel van de dag spenderen we om uit die inham te komen en terug bij de kust uit te komen. Utah beach is voor een volgende wandelweek, maar we gaan dus meteen richting Omaha beach.

Langs de onvermijdelijke jachthaven lopen we eerst een paar kilometer langs het kanaal van Carentan in de richting van de kust. Eerst over goed begaanbare wegen, dan over stukken vol hoog gras. Dat begint hier al goed, na pakweg 10 kilometer zijn mijn schoenen doorweekt en hangen ze vol modder. Maar het is mooi weer en na een half uur is dat allemaal weer vergeten. Dat is nu eenmaal het voordeel van wandelen met trailrunners: ze worden nat, maar ze zijn ook zo weer droog. Probeer dat maar eens met een teren wandelschoen waar water ingelopen is, die krijg je de volgende 3 dagen niet meer droog.

Bij het buitenlopen van Carentan lopen we ook over de beroemde brug die daar door de Amerikanen aangelegd is en dus nog steeds in gebruik is. Als ik passeer rijdt er net een gerestaureerde jeep over, maar ik ben natuurlijk te laat om een deftige foto daarvan te nemen. Maar goed, de sfeer is gezet, we zijn de komende dagen in de ban van de oorlog.

Nadat we het kanaal vaarwel gezegd hebben lopen we door prachtige onverharde (maar erg modderige) weggetjes door de velden. Het is hier mooi: knotwilgen staan naast het pad, en ik voel me hier helemaal alleen op de wereld. Hier kom je heel af en toe een verdwaalde mountainbiker tegen, maar verder sta je er alleen voor.

Af en toe lopen we over een asfalt weeggetje, maar meestal gaat het dus onverhard. Regelmatig maken we ook gebruik van de gravelroute die hier voor de fietsers rond heel Normandië aangelegd is. Dat loopt iets vlotter omdat het meestal vrij vlak is over oude spoorwegen.
/
Halfweg de dag komen we langs Igigny Sur Mer, maar als je dacht dat je dan aan de zee zou zijn, dan ben je verkeerd. Ook dat ligt aan het eind van een vrij lang kanaal, maar ook dit dorpje is heel mooi met de nodige restaurantjes en winkeltjes. En het heeft natuurlijk ook zijn eigen jachthaven, maar dat heb je hier overal.

We worden na het dorp alweer het achterland ingestuurd en hier is het weer rustig. Dat wordt zowat de rode draad door dit stuk van Normandië: de vissersdorpjes zitten vol toeristen, af en toe kom je langs een bekende site en dan zie je toeristen, maar verder ben je helemaal alleen. Zelfs op de toeristische plekken is het gelukkig nog heel rustig, want de paasvakantie is nog niet begonnen in Frankrijk. Het is dus nog een gewone werkweek, en dat maakt alles nog extra rustig. Ook de hotelletjes zijn zo goed als leeg en het is nooit een probleem om een tafeltje te vinden in een restaurantje.

Eenmaal aangekomen bij de zee slaan we rechts af en kunnen we de laatste rechte lijn naar Grandcamp Maisy inzetten. Ook hier heb je regelmatig bunkers langs de kust die er spectaculair uitzien. Maar ondertussen heb ik dik 30 kilometer gelopen dus ga ik maar gewoon verder tot ik op mijn bestemming kom. Dat blijkt een mooi vissersdorpje te zijn dat overdag nog wel wat volk op de terrasjes trekt, maar 's avonds ben je hier helemaal alleen. Ik ga voor een crêpe in een restaurantje met een 4.9 rating op google. Meer moet dat allemaal niet zijn. Morgen staat alweer een volgende dag op het programma, maar dan wordt het nog een stuk warmer dan vandaag.